Elio Pelzers

Reisjournalist en communicatieadviseur

Afgelegen, onbekend, onbemind? 

Lyngealpene_vanaf_Reinoya_3Ringvassøya, Reinøya. “Wat wilt u daar in hemelsnaam doen, daar is niets te beleven”. De eilanden boven Tromsø in Noord-Noorwegen genieten geen grote bekendheid onder toeristen. Slechts een enkele verdwaalde sportvisser uit Lithouwen komt er. Zelfs de Noorse toeristenbranche ziet dit soort plekken over het hoofd.

De zeventigjarige Per P. sjokt langzaam de helling af. De oud-hoofdonderwijzer heeft vlak voor zijn pensioen met zijn twee zonen enkele vakantiehutten (hytter in het Noors) op de zuidpunt van het eiland Reinøya gebouwd. Hij verhuurt ze vooral aan sportvissers, jagers op hoenders en reisheremieten. De hutten kijken uit over de fjord en bij helder weer is met een verrekijker de zestig kilometer verder op gelegen brug van Tromsø te zien, de plaats die liefhebbers ook wel het Parijs van het Noorden noemen. Het is erg stil in Finnkroken, waar de hutten van P. liggen. Een geasfalteerde weg is er niet op het eiland, alleen een soms modderige leemweg met gaten, die driekwart van het eiland omzoomt. Aan het eind van de leemweg voert een karrenspoor in drie kwartier wandelen naar een verlaten gehucht, waar alleen in de zomer en in de weekenden mensen wonen. Vanaf dit punt is de ruige bergmuur van de Lyngealpene te zien, een zeldzaam mooie aanblik. De meeste toeristen passeren de Lyngealpene aan de andere kant, waar de E6 - de verkeersslagader van Noorwegen- langs voert. P. heeft de sleutels van de kerk en het oude schoolgebouw bij zich en hij weet de meest bijzondere details over het eiland te vertellen terwijl hij me rondleidt door de gebouwtjes: wie welk deel van het eiland bezat, waar hun voorvaderen vandaan kwamen, hoe oud elk huis is en wanneer gerestaureerd. Finnkroken is een vlek van enkele huizen en een kerk die door de inwoners in 1910 zelf is gebouwd. Een paar weken geleden is P’s auto gestolen, hij had zoals gewoonlijk de sleutel in het contact laten steken. DSC_0084Zijn vrouw had hem kort tevoren nog gewaarschuwd dat dat onverstandig was. Korte tijd later vonden buurtbewoners de auto terug, hij was ‘geleend’ door een andere eilander, die te lui was om enkele kilometers te lopen. P. kan er wel om lachen. De sleutel vergeet hij weer uit het contact te halen. Met een bootje brengt de oude baas me naar een klein eilandje vlakbij Finnkroken: Kirkegårdsøya. Hier ligt de ‘halve’ bevolking van de omringende eilanden begraven. De grafopschriften gaan tot ver in de 19e eeuw terug. P. wijst op de verschillende graven: de middenstanders hebben een zuil of een versierde grafsteen, de mensen zonder bezittingen alleen een eenvoudige steen of een houten kruis. Vooraan ligt een graf met vier kinderen er in, waarvan de oudste vijf jaar is geworden. Vlakbij de vakantiehutten van P. is een klein strandje, Minesanden. Hier voltrok zich op 9 mei 1945, een dag na de overgave van de Duitsers, een drama. Drie kinderen gooiden al spelend stenen naar een zeemijn, die daarop ontplofte, waarbij de kinderen omkwamen. Hoezo is er niets te beleven op onbekende, afgelegen eilanden?

 
 
 

Laatste foto's