Elio Pelzers

Reisjournalist en communicatieadviseur

Een boeiende uithoek

Rolduc te Kerkrade

Kerkrade is een boeiende uithoek van Nederland: het mijnverleden, de geforceerde scheiding met Herzogenrath in 1816, de grensgeschiedenis, het pittige dialect (Kirchröadsjer Plat), het enorme abdijcomplex Rolduc en enkele aardige spoorlijntjes.

 

Wie door de stad rijdt, merkt dat de bebouwing doorsneden wordt door groen, hier en daar oude kolenbergen en landbouwgebied. Kerkrade heeft verschillende dorpjes opgeslokt in de loop van de tijd, zoals Spekholzerheide, Chevremont en Eygelshoven. Rolduc ligt tegen de Duitse grens en wie de trein van Heerlen naar Aken neemt ziet de abdij op het Duitse traject in de verte nog liggen. Het is regenachtig en koud als we op één van de laatste decemberdagen het abdijcomplex bezoeken. De bewegwijzering heeft ons via een klein stukje Duitsland naar Rolduc geleid. Herzogenrath en Kerkrade, ooit een historische eenheid, werken tegenwoordig nauw samen als Eurode. Van het grootseminarie, de priesteropleiding, is weinig te merken. Zelfs in de kruisgang en de kerk komen we geen prelaten of priesterstudenten tegen. De abdij ademt uiteraard een stevige roomse sfeer. Wel komen we verschillende conferentiegangers tegen die hier verblijven. De abdijkerk is leeg en donker en alleen de kerststal is verlicht. De crypte is eveneens donker. Met veel moeite vind ik de

Rolduc te Kerkrade lichtknop. Slechts enkele lampen gaan aan. Het schaarse licht schijnt in de interessante ondergrondse ruimte, waar in het midden een sarcofaag met kleine venstertjes staat. We vragen ons af wie er in ligt. Nergens is in de kerk informatie te vinden over de menselijke resten in de crypte. Dit maakt de sfeer nog mysterieuzer. Niet-katholieke bezoekers wordt zo impliciet duidelijk gemaakt dat zij meer moeite zullen moeten doen om de achtergronden van de inhoud van de kerk te achterhalen. De kerk is er immers vooral voor de gelovigen, zeker in Rolduc.

 

Laatste foto's