Elio Pelzers

Reisjournalist en communicatieadviseur

Hemels licht in Chartres

DSC 1627
Vijf uur in de file op de Périphérique van Parijs. Vijf uur chagrijn, verveling en stekende pijn in mijn rechterbeen van het voortdurend remmen en gas geven. De wegen zitten potdicht. De stemming is beneden peil, de bestemming is de kathedraal van Chartres. “Die moet je gezien hebben”, volgens mijn schoonfamilie die vol van Frankrijk is. Is dat het waard?

In de verte doemt de kathedraal van Chartres op. De twee iele torens verheffen zich boven de graanvelden. Het is niet wat ik in gedachten had, toen ik de verhalen over de dom hoorde. Als we de hoek van de steeg omdraaien, lopen we plotsklaps tegen de zware muur van de kathedraal op. Links ligt de voormalige bisschoppelijke residentie met een prachtige tuin, waarin blauw en lila exploderen. Aan de rand van de tuin kunnen we een blik over de stad werpen, die aan de voet van de domheuvel ligt.DSC 1605 Het is niet echt een opwindend uitzicht, onze belangstelling gaat vooral uit naar het godshuis.

Aan de buitenkant is het vergeven van de sculpturen, zodanig dat we ervan duizelen. Jezus, Maria, apostelen, heiligen, plaatselijke grootheden, koningen, prelaten. Voor ieder is er wel een plekje ingeruimd, is het niet aan de buitenkant, dan wel in het interieur. De gotische kathedraal boeit ons niet zo zeer door zijn behoorlijke afmetingen, maar vooral toch wel om de vele indrukwekkende middeleeuwse glas-in-loodramen.
Die zorgen voor een sfeervolle lichtinval. Het engelenlicht voert ons mee dieper de kerk in. De scharlakenrode en korenblauwe gebrandschilderde ramen zijn de bron van het donkere sfeerlicht. Her en der valt wit licht door afgebeelde voorwerpen in de ramen: een tafelkleed, een doek of een kledingstuk. De details houden onze blik lang vast, ze zijn  schrikbarend precies. Het gevensterde levensverhaal van Karel de Grote laat zich lezen als een jongensboek. De gezichten van sommige edelen lijken zo levensecht dat ze de indruk wekken getekend of geschilderd te zijn. DSC 1612Het mooiste is wel de ‘Noorse’ babyblauwe verschijning van de Maagd Maria omgeven door scharlakenrood en een witte duif die zich als een Duitse duikbommenwerper op haar lijkt te werpen. Voor de aanschouwing van de verheven Maagd hebben de kerkbeheerders een citaat van de ultrakatholieke schrijver Paul Claudel gebruikt. Het bezoedelt voor mij de pure schoonheid van het glaswerk. Claudel liet zijn getalenteerde zus Camille, een briljante beeldhouwster, wegkwijnen in een gesticht voor geestelijk gestoorden. Uit afgunst, zo zeggen sommige bronnen. Midden in de kathedraal staat een barokke uit natuursteen gehouwen piëta. Het vloekt enorm met de filosofische glas-in-loodsfeer in de buitenring.

Buiten kijk ik nog een keer naar het transeptfront. Het bovenste deel is licht, net schoongemaakt en gerestaureerd. De onderzijde is zwart, aangetast door de verontreinigende stadslucht. Dat is het wezen van deze kathedraal in deze tijd. Veel van wat er te zien en te voelen is vloekt, contrasteert. De geschiedenis maakt het tot een geheel, maar dat is kennis.

Laatste foto's