Elio Pelzers

Reisjournalist en communicatieadviseur

Wijk af van de stroom en bezoek Skrova

DSC 4125 - kopieVijf  jonge mannen slenteren voor ons uit. Ze waren op dezelfde veerpont die ons naar Skrova bracht. Vermoedelijk Oost-Europese jongens die seizoenswerk doen in de Noorse visserij. Het eiland Skrova leeft van de visserij, vooral van de walvisvangst. Het seizoen start in juni. Op een houten platform bij de haven staat een harpoen, een duidelijk statement.

Toeristen komen en masse in het korte zomerseizoen naar de Lofoten in Noord-Noorwegen om te genieten van het ongelofelijk mooie berglandschap, de pittoreske vissersdorpen, de grillige fjorden en zeestraten en het onvergetelijke licht. Slechts weinigen doen Skrova aan, het eilandje dat acht kilometer uit de kust bij Svolvær ligt. Met de veerpont vanuit de ‘hoofdstad’ van de Lofoten ben je er in een dik half uur.DSC 4129 - kopie
Een grote buitenschildering van een dwergvinvis maakt duidelijk dat de eilandbewoners iets met walvissen hebben. Ze vangen ze, volgens Wikipedia zelfs de helft van het totale Noorse quotum. Toch gaat het niet zo goed meer met de visserij op het eiland. Alleen de naam van visverwerker Ellingsen duikt op, de andere visverwerkers sloten twee decennia geleden hun deuren. Skrova telt nog maar zo’n 150 inwoners.

DSC 4133 - kopieOp deze zondagochtend eind mei zijn er weinig eilanders op straat. De enkele vissersbootjes dobberen op het kalme havenwater. Op de kade staan twee bewoners om bezoekers op te halen van de pont. Op het eiland treffen we verschillende openluchtfoto-exposities aan, die een beeld geven van de historie, het eilandleven en de walvisjacht. Het verbaast ons dat de walvissen nog bejaagd worden met harpoenen. Het lijkt ons nogal wreed. De Noren volgen eigenzinnig hun eigen koers en storen zich niet aan wereldwijde protesten. De oogst van de walvisvaart wordt alleen maar op Noorse tafels opgediend. Tere zielen en dierenwelzijnscritici zullen op Skrova niet goed kunnen aarden, ook al is het maar tijdelijk. Ecoactivisten hebben de Lofotense wavisvaarders in het recente verleden het leven goed zuur gemaakt, maar een handvol vissers is stug doorgegaan. National Geographic focuste in 2013 in een mooi artikel op dit fenomeen.

Wij wandelen het dorp uit, over de rotsen, door de turfvegetatie en langs de dwergberken naar de kust. Die bestaat hier uit rotsen, scheren en enkele mooie strandjes. Hier en daar staan nog wat buitenhuisjes. De verschillende groen- en blauwtinten van het zeewater doen denken aan Caribische sferen, niet aan noordelijke, bijna Arctische oorden. We hebben het rijk alleen, geen ziel te bekennen. Een verstoord moerassneeuwhoen vliegt luid protesterend onder een rots vandaan, strijkt verderop neer en blijft nog wat namokken. Af en toe duiden zwarte plekken op kampvuurtjes van eerdere recreanten. Een volgelopen slenk verhindert ons om verder te lopen. 

DSC 4135 - kopie

In de verte staat de witrode vuurtoren (Skrova fyr) op een scheer. Svolvær ligt aan de overkant als legoblokjes onderaan een muur van bijna nog witte bergen. Het vrijwel onbewoonde buureiland Lille Molla maakt zijn naam niet waar; het verheft zich als een ongenaakbare rotsreus uit het zeewater. Niets kleins aan. Als de zon op het bergmassief schijnt, maakt dat het eiland nog dreigender. 
Skrova kwam kort geleden in het nieuws, toen een eilander een olieopslagtank ombouwde tot een slaapgelegenheid. We maken er geen gebruik van en nemen de middagboot terug naar Svolvær.

Een klein eiland, dat alles in zich herbergt: voel- en zichtbare geschiedenis, eigenzinnigheid, prachtige natuur en vergezichten.

 

Laatste foto's